Fastned krijgt gelijk van Rechtbank Noord-Holland: de minister handelt in strijd met Dienstenrichtlijn door vergunningen voor laadpalen langs de snelweg exclusief aan zittende wegrestaurants of benzinestations te verlenen

03/10/2019

Op verzorgingsplaats Den Ruygen Hoek-Oost langs de A4 bevindt zich onder andere een snellaadstation van Fastned, een benzinestation en een wegrestaurant. Fastned heeft op basis van een openbare, transparante en eerlijke verdelingsprocedure uit 2012 de vergunning gekregen voor haar snellaadstation. Nadat het wegrestaurant een zestal laders had geplaatst op het parkeerterrein, heeft Rijkswaterstaat namens de Minister van Infrastructuur en Milieu daar ook een vergunning voor verleend. Voor die vergunning was volgens Rijkswaterstaat geen openbare verdelingsprocedure nodig omdat het om een aanvullende voorziening zou gaan en niet, zoals bij Fastned, om een laadstation dat Rijkswaterstaat aanmerkt als een basisvoorziening. Vergunningen voor laders als aanvullende voorzieningen worden door Rijkswaterstaat uitsluitend verleend aan de zittende benzinestations en wegrestaurants. Dat is volgens Fastned niet toegestaan omdat op grond van de Europese Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt) alle potentiële aanbieders een eerlijke kans moeten maken op het verkrijgen van een vergunning. Ook het gelijkheidsbeginsel verplicht bestuursorganen om gelijke kansen te bieden aan alle (potentiële) gegadigden. Onderscheid tussen categorieën dienstverleners verhindert juist zulke gelijke kansen en brengt de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverlening in gevaar en is daarom alleen toegestaan als het onderscheid wordt gerechtvaardigd door een dwingende reden van algemeen belang.

In de tussenuitspraak van 14 december 2018 (te vinden via deze link) overwoog de Rechtbank Noord-Holland dat Rijkswaterstaat er nog niet in was geslaagd om deugdelijk te motiveren waarom zittende partijen als wegrestaurants en benzinestations een speciale behandeling kregen bij de vergunningverlening. Volgens Rijkswaterstaat zou het vanwege de verkeersveiligheid gerechtvaardigd zijn dat alleen houders van een wegrestaurant of benzinestation een vergunning voor laadpalen als aanvullende voorziening kunnen aanvragen. En omdat al een deel van de verzorgingsplaats door de Nederlandse Staat aan deze partijen is verhuurd. De Rechtbank vindt dat onvoldoende rechtvaardiging om andere gegadigden uit te sluiten van de mogelijkheid om mee te dingen naar de vergunning voor het exploiteren van laadpalen langs de snelweg. De vraag of het verenigbaar is met de Dienstenrichtlijn dat Rijkswaterstaat alleen houders van een wegrestaurant of benzinestation in staat stelt een vergunning aan te vragen voor laadpalen die Rijkswaterstaat aanmerkt als aanvullende voorziening, zonder eerlijke mededinging door andere gegadigden, wordt door de Rechtbank dus met een duidelijk nee beantwoord. Rijkswaterstaat zal dus alle in zulke vergunningen geïnteresseerde partijen gelijk moeten behandelen en deze in een openbare, eerlijke en transparante verdelingsprocedure laten meedingen naar de beschikbare vergunningen.

De uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 17 september 2019 is te vinden via deze link

Aan deze zaak is onder meer aandacht besteed door de Telegraaf (“Fastned wint zaak over laadpalen restaurants” link), Tankpro (“Rechtbank: ‘Plaatsing snelladers moet transparant verlopen’” link en Energeia (“RWS mag benzinepompen en wegrestaurants niet zomaar vergunning voor laadpalen geven” link.

Copyright 2017 WinthagenMensink

Design by Nomets