Minister mag gewijzigd subsidiebeleid niet toepassen op al ingediende aanvragen om SDE+-subsidie

06/09/2019

Zuidbroek Energie B.V. heeft in de najaarsronde van 2017 SDE+-subsidie aangevraagd voor haar zonnepark te Zuidbroek. De minister van Economische Zaken en Klimaat wijst die aanvraag af omdat Zuidbroek Energie op dat moment beschikt over een tijdelijke omgevingsvergunning voor een periode van 10 jaar en de aanvraag is gebaseerd op een exploitatietermijn van 15 jaar. De intentieverklaring van het bevoegd gezag van de gemeente dat het zonnepark ook na 10 jaar aanwezig zou mogen blijven, is volgens de minister onvoldoende om het project als economisch haalbaar te beoordelen (als bedoeld in artikel 59 lid 1 aanhef en onder c Besluit SDE). Dat is een breuk met het verleden. Eerder was een tijdelijke omgevingsvergunning voor 10 jaar namelijk wel voldoende basis voor subsidie voor een periode van 15 jaar, mits de aanvraag vergezeld ging van een intentieverklaring van het gemeentelijke bevoegd gezag dat het planologische medewerking zou verlenen aan het zonnepark voor een langere periode. Deze werkwijze heeft als voordeel dat het leidt tot een snellere realisatie van het project. Het aanvragen van een tijdelijke omgevingsvergunning voor een periode van maximaal 10 jaar is eenvoudiger en gaat sneller dan een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een langere periode (beslistermijn van acht weken in plaats van zes maanden). Op basis van de tijdelijke omgevingsvergunning kon vervolgens alvast SDE+-subsidie worden aangevraagd en worden gestart met het verkrijgen van een netaansluiting en met de overige voorbereidingen voor de financiering en bouw, terwijl gelijktijdig een permanente omgevingsvergunning voor het zonnepark kon worden aangevraagd.

De minister wilde aan deze praktijk echter een einde maken uit vrees dat SDE+-subsidiegelden zouden worden gereserveerd voor zonneparken die later toch economisch onhaalbaar blijken, omdat ze niet langer dan 10 jaar kunnen worden geëxploiteerd. In de loop van 2018 past de minister de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie in die zin aan dat een zonnepark met een tijdelijke omgevingsvergunning met een duur van maximaal 10 jaar niet meer in aanmerking komt voor SDE+-subsidie. Die wijziging was voor het eerst aangekondigd in de brochure ‘SDE+ voorjaar 2018’. De aanvraag van Zuidbroek Energie is van de najaarsronde 2017 en was ten tijde van die eerste aankondiging dus al lang en breed ingediend. Desondanks wijst de minister die aanvraag af vanwege de tijdelijke omgevingsvergunning. Het CBb, de hoogste economische bestuursrechter, overweegt dat de minister daarmee zijn boekje te buiten gaat. “Het staat verweerder weliswaar in beginsel vrij zijn beleid te wijzigen en een nieuwe invulling te geven aan het wettelijke vereiste ‘economisch haalbaar’, maar daarbij geldt wel dat verweerder gehouden is een dergelijke, relevante, wijziging, met het oog op het belang van de rechtszekerheid, voorafgaand aan de openstelling van de subsidie in de najaarsronde 2017 op duidelijke en ondubbelzinnige wijze kenbaar te maken”, aldus het CBb (r.o. 6.4). Voor aanvragers nadelige wijzigingen van het beleid mogen dus alleen worden toegepast op aanvragen van na de beleidswijziging en niet op een aanvragen die al in eerdere periode zijn ingediend. Een heldere en begrijpelijke invulling van het rechtszekerheidsbeginsel.

De minister doet in deze zaak ook nog een poging om zijn eerdere beleid simpelweg te ontkennen door het standpunt in te nemen dat slechts in enkele gevallen SDE+ subsidie was verleend aan zonneparken met een tijdelijke omgevingsvergunning en dat in die gevallen sprake is geweest van een fout. Het gelijkheidsbeginsel strekt niet zover dat hij gehouden is om de gemaakte fouten te (blijven) herhalen, zo probeert de minister in deze zaak de rechter te overtuigen. Die vlieger gaat echter niet op. De eerdere subsidiebesluiten, e-mailberichten en mededelingen van de RVO (de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland die onder andere namens de minister beslist op subsidieaanvragen) leveren een consistent en concreet beeld op van het eerder door de minister gevoerde beleid. Dat beleid moet dus ook in dit geval worden toegepast op de aanvraag van Zuidbroek Energie, zo overweegt het CBb. De minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen op de aanvraag waarbij het oordeel over de economische haalbaarheid moet worden gebaseerd op een exploitatieperiode van 15 jaar.

De volledige uitspraak van het CBb van 3 september 2019 (ECLI:NL:CBB:2019:378) is te raadplegen via deze link

Lees hierover meer in het op energie-nieuwsplatform Energeia verschenen artikel link

Copyright 2017 WinthagenMensink

Design by Nomets