Poging buurtbewoners om komst zwembad in Abcoude tegen te houden lukt niet

06/08/2019

Een aantal buurtbewoners in Abcoude zijn tegen de door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen verleende omgevingsvergunning voor Sporthuis Abcoude, een multifunctioneel gebouw met een zwembad en sportzalen. Na afwijzing van hun bezwaarschrift, verzoeken zij in juli 2019 de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland om de vergunning als voorlopige voorziening te schorsen zodat de geplande bouw van Sporthuis Abcoude niet kan beginnen. De reden voor hun verzoek is de vrees voor parkeeroverlast, omdat de aanwezige parkeervoorzieningen al volledig worden gebruikt door mensen die van Abcoude per trein verder reizen naar Amsterdam of Schiphol.

Aan Sporthuis Abcoude is in de verleende omgevingsvergunning vrijstelling verleend van de verplichting om op eigen terrein in de benodigde parkeergelegenheid te voorzien. Het terrein van Sporthuis Abcoude grenst direct aan een groot parkeerterrein in de openbare ruimte dat destijds mede is aangelegd om de komst van een zwembad met sportzaal mogelijk te maken. Het college van burgemeester en wethouders voegt daar in de beslissing op bezwaar aan toe dat 12 bestaande parkeerplaatsen worden aangewezen als blauwe zone (waar langer dan 2 uur parkeren niet is toegestaan) en dat er maximaal 12 extra parkeerplaatsen worden aangelegd. Daarmee kan voldoende in de benodigde parkeerruimte worden voorzien, zodat vrijstelling kan worden verleend van de verplichting om op eigen terrein in de parkeerbehoefte te voorzien. Het terrein van Sporthuis Abcoude is namelijk simpelweg te klein voor het realiseren van parkeerplaatsen en de kelder van het gebouw is nodig voor technische installaties. De verzoekers menen echter dat het college van burgemeester en wethouders zich bij de besluitvorming heeft gebaseerd op onjuiste berekening van de parkeerbehoefte en op verkeerd uitgevoerde en achterhaalde onderzoeken naar de parkeerdruk. De rechter gaat daarin niet mee en ziet geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het college van burgemeester en wethouders de parkeerbehoefte op basis van de door CROW opgestelde normcijfers niet juist heeft berekend of de parkeeronderzoeken onvoldoende representatief zijn. Vanwege het gegeven dat Abcoude een kleine kern heeft met een hoge mate van verstedelijking en er door de ligging nabij het NS-station goede alternatieven zijn voor autogebruik, mocht de parkeerbehoefte worden gebaseerd op de parkeernormen voor centrum. De parkeerbehoefte voor het sportgedeelte mocht door het college van burgemeester en wethouders worden gebaseerd op de kencijfers voor een sportzaal en niet op die voor een sporthal met een grotere vloeroppervlakte en een grotere publieke tribune.

Verzoekers hebben tot slot nog aangevoerd dat sprake is van willekeur, omdat het college van burgemeester en wethouders in het geval van een sportschoolhouder in de buurt geen gebruik heeft gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid van de verplichting om op eigen terrein in de parkeerbehoefte te voorzien. Volgens de bestuursrechter mocht het college zich in redelijkheid op het standpunt stellen dat er een groot maatschappelijk belang bestaat bij realisering van Sporthuis Abcoude en dat dit daarom een andere situatie is dan die van de sportschoolhouder. Dat brengt de rechter tot de slotsom dat er geen voorlopige voorziening zal worden getroffen en dat ook het beroep tegen de verleende omgevingsvergunning voor sporthuis Abcoude ongegrond is.

De volledige uitspraak is te vinden via deze link

Copyright 2017 WinthagenMensink

Design by Nomets